De Groenpootruiter is sterk afhankelijk van het voorkomen van slik.
Dit is op de Vogelplas niet in ruime mate aanwezig, vandaar dat de
aantallen slechts klein zijn. De meeste waarnemingen stammen uit 1988
en 1996, na resp. de eerste aanleg van de Vogelplas en de voltooiing
van de Vogelplas. Het het aantal waarnemingen uit de andere jaren is
veel kleiner, evenals de waargenomen aantallen.
De waarnemingen vielen in de periode april-mei en in augustus-begin
november. Dit komt overeen met de trektijd zoals die in de
Meeslouwerpolder optrad. In de Meeslouwerpolder was de soort wel veel
talrijker, met een maximum van 50 ex. op 30-7-1979.